sociale media en welzijn

Sociale media en welzijn

De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar de invloed van sociale media op welzijn. Daarbij wordt steeds uitgegaan van de gedachte dat er een verschil is tussen actief en passief gebruik van social media. De relatie met welzijn hangt echter af van andere dingen, blijkt uit nieuw onderzoek.

Er is vaak gedacht dat actief gebruik van sociale media (zelf berichten posten, aan gesprekken deelnemen via openbare of besloten kanalen) welzijn zou bevorderen en passief gebruik (alleen maar lezen en kijken naar hoe anderen hun online leven vormgeven) het welzijn zou doen afnemen. In een aantal onderzoeken is dat verschil inderdaad waarneembaar. Je kunt ook wel bedenken dat mensen via gesprekken op sociale media ondersteuning en positieve feedback kunnen krijgen, waardoor ze zich gezien voelen, en dat het passieve gebruik, waarbij je de hele tijd jezelf vergelijkt met anderen, jaloezie en ontevredenheid kan opwekken.

Verschil actief en passief gebruik

Maar nieuw onderzoek laat zien dat als je wat dieper kijkt, en over een langere periode, het onderscheid tussen passief en actief sociale-mediagebruik niet zo relevant is als we dachten. Op de langere termijn verdwijnen de effecten (een positief effect kan zelfs al na een half uur verdwenen zijn). Het blijkt dat actief mediagebruik in de openbare ruimte geen positief effect laat zien, en soms zelfs een negatief effect. Actief gebruik is dus lang niet altijd positief. Denk maar aan stalken, trollen of cyberpesten: dat noemen we ook actief sociale-mediagebruik, maar het is juist niet goed voor het welzijn.

En aan de andere kant hoeft het passieve kijken naar anderen niet te leiden tot jezelf vergelijken en dan jaloers en ontevreden worden, want het kan ook leiden tot inspiratie en creativiteit. En je zou zelfs kunnen zeggen dat de manier waarop je omgaat met berichten die je tegenkomt op TikTok of Instagram, ook een een bepaalde, actieve houding vragen. En wanneer is trouwens iets actief sociale-mediagebruik? Is iets liken en delen dat ook?

Het verschil tussen actief en passief gebruik, en zeker als je alleen maar kijkt naar de hoeveelheid tijd die iemand daarmee bezig is, is dus niet waar het om gaat, stellen onderzoekers van de UvA nu. Maar waar zit ’t m dan wel in, of sociale-mediagebruik een positief effect heeft op iemand of niet? Misschien maakt het wel uit of je contact hebt met bekenden of onbekenden, of je daadwerkelijk een gesprek voert of alleen maar berichten plaatst. Of moeten we kijken naar het verschil tussen gesprekken in het openbaar en in besloten situaties zoals WhatsApp?

De meeste jongeren zijn volgers

Om te beginnen is er al een groot verschil in de praktijk tussen de frequentie van actief versus passief gebruik. Jongeren kijken en lezen veel vaker (gemiddeld meer dan twee keer zo vaak) dan dat ze actief zelf iets posten in de publieke sfeer. Het actieve gebruik speelt zich bovendien veel minder vaak in het openbaar af dan we denken. Er is een kleine groep (de influencers en mensen die influencer willen zijn) die verantwoordelijk is voor het merendeel van de berichten. De grootste groep gebruikers leest en volgt vooral. En ja, wie vooral volgt (passief gebruik) zal meer de effecten daarvan ondervinden dan mensen die vooral zelf posten (actief).

Het gaat om inhoud en context

Maar dan, nog veel belangrijker: jongeren hebben veel contact met elkaar in kleinere groepen vrienden of familie, via persoonlijke berichten of WhatsApp. Het merendeel van het actieve sociale-mediagebruik gebeurt niet in de publieke ruimte, maar in besloten groepen. En juist daar gebeurt van alles, wat zowel positieve als negatieve invloed kan hebben op hun welzijn. Dat is het dus: het gaat niet zozeer om actief versus passief gebruik, maar om de inhoud en de context van de communicatie. Met wie hebben ze contact en wat wordt er uitgewisseld? De een komt bij van een zware schooldag met kattenfilmpjes – lekker passief. De ander vrolijkt juist op van het kijken naar succesvolle en mooie influencers. Dus de hele context van het sociale-mediagebruik doet mee: de inhoud, maar ook de personen die de berichten versturen en ontvangen zijn belangrijk voor het effect.

Dat sociale-mediagebruik te maken heeft met hoe we ons voelen, staat dus vast. Maar hoe die relatie precies in elkaar zit, zal nog wel even onderwerp zijn van onderzoek. Ondertussen is het goed om met kinderen thuis en op school te praten over hun ervaringen via sociale media. Wat maken ze mee en wat doet dat met hen? Hoe meer ze gewend zijn over hun ervaringen na te denken, hoe beter ze kunnen bedenken dat ze hun gedrag zelf kunnen bepalen. En daarmee vervorder je mediawijsheid.

Tip: Bent u op school (voortgezet onderwijs) nog op zoek naar lesmateriaal om mediawijsheid te bevorderen door reflectie, bijvoorbeeld met gesprekken en activerende werkvormen in uw mentorklas? Onderzoek dan of het lesmateriaal van De InternetHelden iets voor u is. Het materiaal is ook te vinden in LessonUp. We vertellen er graag meer over.

Bron:

Patti M. Valkenburg, Irene Ingeborg van Driel, Ine Beyers, Social Media and Well-being: Time to Abandon the Active-Passive Dichotomy, mei 2021, UvA Amsterdam, [preprint].

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 6 juli
Gepubliceerd door: Justine Pardoen