Week van de Mediawijsheid 2022

Angsthazen zijn we

Het is Week van de Mediawijsheid #WvdM en het thema is Like en Cancel: over hoe wij elkaar online beschamen en beschimpen, buitensluiten en vernederen. Onderzoek stemt somber.

#houhetsociaal is de hashtag voor deze week (4 t/m 11 november 2022). In de Week van de Mediawijsheid is Netwerk Mediawijsheid een nieuwe campagne gestart om asociaal gedrag online onder de aandacht te brengen, met de oproep er iets aan te doen. Alle deelnemers in het netwerk doen mee. Dat maakt dan wel weer minder somber dan het onderzoek dat deze week verscheen.

Asociaal gedrag online

Ongewenst gedrag online komt veel voor. Het gaat om vormen van racisme, in het openbaar iemand voor schut zetten (shamen in allerlei vormen), cancellen (buitensluiten). Mensen afserveren in een online discussie is nog het minste, maar snel volgen de bedreigingen, vernederingen, scheldpartijen. De meeste mensen komen hier weleens mee in aanraking. Maar uit recent onderzoek komt naar voren dat volwassenen van alle leeftijden nauwelijks actie ondernemen als ze zien dat er iemand wordt vernederd of buitengesloten.

Het meest is Gen Z (16 – 24 jaar) nog geneigd iets te doen, maar ook voor hen is het onwaarschijnlijk. Alleen als mensen het slachtoffer kennen, willen ze nog wel eens iets doen. Wat ze doen, is ook niet veel: een berichtje dat je het naar vindt misschien, maar melding maken bij een platform, de politie of een meldpunt, dat zit er niet in.

De vraag is dan: hoe komt het dat we niets doen? Wat houdt mensen tegen? Zijn we het soms normaal gaan vinden dat je online vooral omstander bent van zulk naar gedrag? Dat het niet aan jou is om je ermee te bemoeien? Dat het asociale gedrag gewoon bij de online cultuur hoort? Of dat het vooral vermakelijk is? Of hebben we minder empathie online omdat we lekker veilig achter ons schermpje zitten? Of nog erger: verdwijnt ons moreel besef?

Hoe komt het?

Het onderzoek van Esther Rozendaal en Chiara de Jong (Erasmus Universiteit Rotterdam) dat gepresenteerd is in Week van de Mediawijsheid, ging over de vraag: wat zijn de factoren die bepalen of mensen in actie komen, dat ze van omstander een upstander worden. En hoe doen ze dat dan? Kun je prosociaal gedrag (positief gedrag) online stimuleren, bijvoorbeeld met campagnes of lesprogramma’s?

“Jongeren geven aan er weinig vertrouwen in te hebben dat zij met hun acties verschil kunnen maken. En ze denken dat anderen niet zitten te wachten op hun bemoeienis. Ook herkennen zij kwetsend gedrag niet altijd als zodanig. Leer jongeren daarom vroegtijdig wat mogelijke gevolgen zijn van kwetsend gedrag online, hoe dit gedrag te herkennen en geef hen het vertrouwen dat hun acties wel degelijk een positief verschil kunnen maken.” Onderzoeker Esther Rozendaal, universitair hoofddocent Digitale Weerbaarheid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Er zijn uitstekende samenvattingen te vinden van het onderzoek. Daar verwijzen we verder graag naar. Wat ik hier wil uitlichten is dat je met kinderen en leerlingen of studenten samen een onderzoek kunt doen: wat is er aan de hand? We vinden asociaal niet oké (blijkt ook uit het onderzoek) en zouden willen dat het anders was, maar blijkbaar gaan we er zelf niets aan bijdragen en is het toch wel wat normaal geworden. Nog afgezien van de gedachte dat als je voor iemand zou opkomen, of dat nou in een Whatsapp-groep is of in het openbaar op Twitter of zo, dat je dan zelf doelwit wordt. En dan duik je. Niks upstander. Dat is begrijpelijk. Praat erover.

Of ligt de oorzaak dieper? Willen we nog wel het goede doen? Wanneer doe je dan het goede? Wat houdt dat in? En waarom doe je het vaak ook niet? Is het een kwestie van willen of kunnen? Wat zou je kunnen doen en wat zou daar het effect van zijn?

Het is wel gek: we zijn online enerzijds minder geremd dan offline om elkaar te beschamen en te beschimpen. Dan het beeldscherm een veilige plek om een ander iets aan te doen zonder dat het veel gevolgen heeft. En anderzijds zijn we juist geremder om er iets van te zeggen als je zulk gedrag ziet. Want dan zit je ook ineens wel heel erg in je eentje achter dat beeldscherm.

Helden en angsthazen

Arme angsthazen zijn we. Maar ja, hoe verander je dat?

Het mooie van deze campagne in de Week van de Mediawijsheid vind ik dat we het ineens weer over zoiets softs als ‘aardig zijn’ hebben. Op basis van onderzoek nota bene! En dat we ontdekken dat we vooral met elkaar in gesprek moeten als je mediawijzer wilt worden. Ook in de klas. En dat leerlingen dus juist bij lessen mediawijsheid niet in hun eentje aan het werk moeten op hun laptop, en dat je als docent geen standaardmethode uit de kast kunt trekken waarmee je niet kunt inspelen op de dagelijkse actualiteit. We moeten met elkaar in gesprek. Voortdurend. En elkaar aanspreken. Steeds weer opnieuw.

We hoeven ook niet allemaal helden te zijn, zei ik wel op ouderavonden. Niet elk kind wil zijn nek uitsteken. En dat hoeft ook niet. Niet elke volwassene wil de wereld redden. Maar laten we ermee beginnen om kinderen die dat wél zouden willen, de middelen in handen te geven om dat te doen. En de rest wat meer empathie bijbrengen, want dat is nu eenmaal niet aangeboren. Je schijnt het te ontwikkelen in de loop van je jeugd. In die zin is het zorgelijker dat uit het onderzoek blijkt dat Gen Z (16 tot 24 jaar) nog het meest bereid is iets te doen, als ze al zouden weten wat ze konden, terwijl alle volwassenen het er gewoon vies bij laten zitten.

Deze tien tips om upstander-gedrag bij anderen en jezelf te stimuleren zijn dus een goede stap. Ik haal er de tips uit voor jezelf: hoe kun je zelf iets doen? Dit kun je met kinderen en scholieren bespreken. Breng het niet als regels, maar als een onderzoek: zou dit werken, zou je dit kunnen doen, waarom wel/niet?

Dit kun je doen:

  • Je publiekelijk en op respectvolle wijze uitspreken tegen het gedrag van degene die kwetsend gedrag online vertoont. Bijvoorbeeld in de vorm van een openbare opmerking: “Dit is niet cool/niet oké”.
  • De persoon die kwetsend gedrag online vertoont, persoonlijk en op respectvolle wijze aanspreken op het gedrag. Bijvoorbeeld door een een-op-een bericht te sturen en uit te leggen waarom het gedrag niet oké is.
  • De persoon waartegen het kwetsende online gedrag gericht is, publiekelijk of persoonlijk steunen. Bijvoorbeeld door een bericht te sturen en te vragen hoe het gaat, of door iemand te troosten.
  • Hulp inschakelen van een bekende. Denk aan een leerkracht, mentordocente, vertrouwenspersoon op school, ouder, vriend of vriendin.
  • De situatie melden bij het sociale-mediaplatform waar de situatie zich afspeelt.
  • De situatie melden bij de politie of een ander meldpunt zoals Meldknop.nl.

Hier zijn de tips mooi vormgegeven.

Onderwijs

Nadenken over hoe aardig gedrag er online eigenlijk uitziet, is dus geen overbodige luxe. Want wie weet nou eigenlijk hóe je dat dan doet? Dat moeten kinderen en jongeren aangereikt krijgen. Met voorbeelden, scenario’s waarover gepraat wordt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met de lessen ‘Wat betekent aardig eigenlijk?’ of ‘Doe je iets of doe je niets’? van het kanaal De InternetHelden op LessonUp. Bedoeld voor de onderbouw voortgezet onderwijs.

Maar er is meer:

Tip tot slot: het verslag van de netwerksessie van het Netwerk Mediawijsheid, die van 2 november 2022 plaatsvond, staat hier online. ‘Van omstander naar upstander’ heette het. Freek Zwanenberg (van Bureau Jeugd en Media) sprak met interessante gasten, omlijst door poëzie en muziek. Als verslag te lezen of in audiofragmenten te luisteren.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *