nepnieuws

Kinderen en tieners herkennen nepnieuws niet, maar wie wel?

In Engeland heeft het parlement een commissie ingesteld die onderzoek moest doen over de noodzaak van lessen over nepnieuws, en in hoeverre scholen daar al mee bezig zijn. Het onderzoeksrapport ligt er nu, en daaruit blijkt dat het slechts 2% van de scholieren nepnieuws kan herkennen.

Van de parlementaire Commission on Fake News and the Teaching of Critical Literacy Skills in de UK is een onderzoeksrapport verschenen waarin geconstateerd wordt dat lessen in kritisch mediagebruik noodzakelijk zijn omdat jonge mensen niet herkennen wanneer iets nepnieuws is.

  • Slechts 2% van de kinderen (9-16 jaar) heeft voldoende digitale geletterdheid (of mediawijsheid) om te herkennen of een nieuwsbericht waar is of niet. Zo denkt een kwart van de scholieren dat een bericht betrouwbaar is, als het tevoorschijn komt in Google;
  • De helft van de scholieren vindt het zelf vervelend dat ze die vaardigheden niet hebben;
  • Door al de aandacht voor nepnieuws is tweederde van de scholieren wantrouwiger geworden over het nieuws;
  • Tweederde van de docenten vinden dat nepnieuws schadelijk is voor scholieren, en dat ze er een onveilig gevoel van krijgen;
  • De helft van de leerkrachten denkt dat het huidige lesaanbod niet voldoende is om leerlingen de digitale vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om nepnieuws te kunnen herkennen;
  • Een derde van de docenten oordeelt dat leerlingen eigenlijk voor de praktijk niet zoveel hebben aan de huidige lessen…

Het is natuurlijk ook niet zo gek dat jongeren in de war raken als ze – zoals blijkt uit het onderzoek – hun nieuws ophalen via sociale media SnapChat… (de helft!). De andere helft gaat ook naar nieuwswebsites.

Het hele rapport is hier te lezen (pdf).

Vertrouwen

In onze vorige blogpost meldden we juist dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en het Commissariaat voor de Media (CvdM) constateren dat het vertrouwen in de traditionele nieuwsmedia gelukkig nog overeind staat, wat dus een opmerkelijk verschil is met de UK. Vertrouwen is heel belangrijk (hoewel de nieuwsmedia dat ook wel moeten waarmaken), want hoe kun je anders jezelf voorzien van goede informatie? Dat je niet meer weet waar je aan toe bent, geeft inderdaad een onveilig gevoel. Voor het functioneren van de democratie is dat heel ongunstig: burgers moeten zich sterk en onafhankelijk kunnen voelen, zodat ze niet de neiging krijgen om zich geheel over te leveren aan leiders die het beter weten. Los daarvan is het ook schadelijk als burgers hun oordelen of stemgedrag laten bepalen door onjuiste informatie.

Scholen, bibliotheken, maar ook bedrijven en media-organisaties zelf, hebben een belangrijke taak om scholieren te helpen bij het ontwikkelen van de nodige vaardigheden, stelt de onderzoekscommissie in de UK en daarom roepen ze deze partijen dringend op om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Wat doen we in Nederland?

Er is voor zover ik weet in Nederland geen vergelijkbaar onderzoek waarmee we iets te weten komen over hoe scholieren omgaan met nepnieuws en of ze het kunnen herkennen. Er is wel onderzoek naar de digitale vaardigheden van jongeren in de Monitor Jeugd en Media 2017, maar daar is niet specifiek gevraagd naar het herkennen van nepnieuws. Tegelijkertijd is er consensus over het belang van digitale geletterdheid, waardoor leerlingen op school onder andere de vaardigheden leren om nepnieuws te kunnen herkennen. Maar hoe moet je ze dat aanleren? Is het zo eenvoudig om te weten hoe je nepnieuws herkent? Weten docenten dat zelf?

Fact-checken

Tot nu toe was fact-checken, het controleren van de waarheid van berichten, een van de belangrijkste taken van journalisten. In de tijd voor sociale media, ging al het nieuws eerst door hun zeef: wat niet waar was, werd gewoon niet gepubliceerd. Wat niet voldoende kon worden bevestigd, maar toch belangwekkend genoeg was om te vermelden, werd wel gepubliceerd, maar dan werd erbij verteld dat het bericht niet kon worden bevestigd. Maar ook voor journalisten is het controleren van berichten steeds moeilijker: het kost tijd en ook zij hebben meer vaardigheden nodig dan vroeger om berichten te fact-checken.

En nu kan iedereen berichten publiceren. Of ze waar zijn of niet. Daardoor is het niet alleen meer een taak van journalisten om berichten op waarheid te beoordelen, maar van ons allemaal. Maar als het al moeilijk is geworden voor de professionals, hoe moeilijk is het dan wel niet voor ons, gewone burgers, die niet over dezelfde vaardigheden en middelen beschikken om te bronnen te zoeken en beoordelen? Laat staan voor kinderen en tieners, die nog veel kennis van de wereld missen om goede afwegingen te maken.

Mediawijsheid-lessen

De verschillen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland zullen niet echt groot zijn. Ook in ons land kunnen we niet verwachten dat kinderen en tieners in staat zijn nepnieuws altijd te herkennen. Dat geldt voor volwassenen net zo goed, en zelfs voor journalisten. Maar wat we wel kunnen doen, is scholieren bewust maken van het bestaan van verschillende soorten onbetrouwbare berichten. Dat er geruchten, mythes, broodje-aap-verhalen zijn, maar ook propaganda, keiharde leugens, nepberichten als business-model en alles wat daar tussen zit, dat kunnen we uitleggen. Ook kunnen we leerlingen in lessen mediawijsheid een aantal strategieën aanreiken om zelf te beoordelen of ze iets kunnen geloven of niet. Maar het is de uitdaging om dat te doen zonder dat ze aan alles gaan twijfelen wat ze lezen en zonder te verwachten dat ze na zulke lessen altijd de juiste keuzes zullen maken.

Overigens… wat is volgens u ‘nepnieuws’? Verstaat u daar ook onder wat president Trump bedoelt als hij het heeft over ‘fake news’? En zijn geruchten die opgeklopt worden omdat het komkommertijd is, ook nepnieuws?

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 8 augustus
Gepubliceerd door: Justine Pardoen