geweld en humor - Bureau Jeugd en Media

De functie van humor bij het kijken naar geweld

Onlangs promoveerde Amber van der Wal (UvA) op een onderzoek naar het zien van agressieve televisieseries zoals South Park en Squid Game (dat recent nog voor ophef zorgde doordat zelfs kleine kinderen op het schoolplein scenes uit de serie naspeelden). Een kort verslagje.

Uit het onderzoek waar Amber van der Wal onlangs op promoveerde, kwamen interessante observaties over de rol van humor bij het kijken naar geweld. In populaire series zit niet alleen een flinke dosis geweld, maar ook de nodige humor. En nou is de gedachte dat juist die humor het geweld aantrekkelijker en gevaarlijker maakt: alsof het geweld daardoor minder ‘erg’ zou zijn, waardoor jonge kijkers zelf ook agressiever gedrag zouden gaan vertonen. En wat blijkt? Dat klopt niet. Sterker nog: tieners zien veel minder geweld dan we vrezen. Ze neigen vooral naar series met humor. En bovendien heeft het geweld dat ze wel zien, niet het effect dat ze zelf agressiever worden.

Goed nieuws dus.

Tieners zien meer humor dan geweld

Hoe kan het dat we aldoor dachten dat kinderen zoveel geweld zien? Was dat dan nooit eerder goed onderzocht? Zeker wel, maar de manier waarop je het onderzoekt, kan verschil maken. Zo werd tot nu toe gewerkt met lijstjes van de 50 meest bekeken series of zo, zonder te vragen aan de kinderen in het onderzoek zelf waar ze nou daadwerkelijk naar keken. Kinderen zien veel meer verschillende dingen dan uit zulke lijstjes blijkt. Bovendien werd dan zo’n hele serie als ‘gewelddadig’ aangemerkt, terwijl er soms maar een enkele scene met veel geweld in zat. Van der Wal heeft het wat genuanceerder aangepakt door Nederlandse tieners heel specifiek te vragen waarnaar ze keken. Dat is een intensieve methode, die veel tijd kost, maar tegelijkertijd dus een veel interessanter beeld oplevert.

Uit haar onderzoek bleek dat inderdaad in de meerderheid van de programma’s geweld zat (61%) maar dat het slechts 9% van alle scenes betrof. Ook kwam er een verschil tussen jongens en meisjes naar voren. Niet geheel onverwacht hebben jongens twee keer zo veel interesse in geweld, vooral in realistische scenes waarin geweld loont. Maar tegelijkertijd zag ze ook dat in meer dan de helft van de gewelddadige scenes ook een vorm van – agressieve — humor zat. Dat bracht haar ertoe om zich meer te verdiepen in de humor in deze series.

Tien soorten humor

Geen gemakkelijke opgave, want wat versta je onder humor? Van der Wal onderscheidde uiteindelijk tien verschillende soorten: minachting (verbale en non-verbale vormen, agressief soort humor), slapstick (lichamelijk agressief), humor waarbij iemand zichzelf naar beneden haalt, seksuele humor, respectloze humor, coping humor, parodie, woordgrappen, ongerijmdheden en absurditeiten. Al deze vormen van humor kwamen voor in de gekeken series, en in meer dan de helft van de gewelddadige scenes tegelijkertijd met het geweld. Ook de combinatie van verschillende soorten humor is opvallend.

Denk aan seksuele humor. Vaak wordt die gezien als negatief en ruw, maar als het samengaat met coping humor, dan krijgt het een ander effect. Dan lost het de spanning op van een situatie die tieners lastig vinden. Overigens zien we ook hier dat jongens een voorkeur hebben voor de meer agressieve soorten humor dan meisjes, die liever coping humor zien.

Hoe ouder, hoe belangrijker de humor

Tot slot keek Van der Wal naar verschillen in leeftijd en hoe de voorkeuren voor het zien van geweld en humor veranderden tussen 10 en 17 jaar. Elk jaar vulden de tieners opnieuw een vragenlijst in, waaruit bleek dat ze naarmate ze ouder werden, meer voorkeur kregen voor coping humor en juist minder voor de agressievere vormen van humor. En nog steeds zag ze geen verband tussen agressievere vormen van humor en agressief gedrag. Als er al een effect is, is dat dus in ieder geval niet terug te zien in gedrag.

Al met al is zulk tijdrovend onderzoek dus wel zinvol: als je kijkt in meer detail in plaats van dat je in vogelvlucht over grote groepen heen scheert, dan zie je meer en vooral andere dingen. En daarmee doe je uiteindelijk meer recht aan de tieners zelf. Humor blijkt een belangrijk aspect te zijn in hun mediaconsumptie. Maar belangrijker dan dat: humor helpt in het omgaan met allerlei lastige ervaringen.

Dan leert zulk onderzoek ons dat wij allemaal, in de alledaagse gesprekken met tieners die we thuis of op school voeren, juist in situaties die ze lastig vinden, veel vaker humor zouden kunnen inzetten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 24 maart
Gepubliceerd door: Justine Pardoen