digitaal spelen

Digitaal spelen

Het spel van kinderen is veranderd door de digitalisering. Je kunt nu spreken van een nieuwe categorie naast bijvoorbeeld buitenspelen (vrij spelen), constructie-spelen (bouwen), doen-alsof-spelen (fantasiespel), knutselen, bordspelen en sport, heb je nu ook ‘digitaal spelen’. Wat doen ze dan zoal? Een eerste impressie.

Buiten spelen neemt af, maar niet dramatisch

De meeste kinderen spelen gewoon nog regelmatig buiten. Het neemt wel af. Kinderen tussen 4 en 11 jaar spelen minder vaak en minder lang buiten. Lang niet alle kinderen spelen elke dag buiten. Kinderen uit niet-stedelijke gebieden spelen ruim twee uur langer buiten dan kinderen uit sterk stedelijke gebieden.

Binnen spelen = vooral digitaal spelen

Als kinderen niet buitenspelen, zitten ze dus binnen. En dan spelen ze met digitale middelen. Digitaal spelen is thuis meteen de eerstgenoemde activiteit na buitenspelen. Pas daarna komt al het andere spel: van fantasiespel in de vorm van rollenspelen/doen-alsof-spelen, knutselen, bouwen, bordspelen tot het bespelen van een muziekinstrument.

Door de digitale ontwikkelingen is dus nogal veel veranderd in de manier waarop kinderen spelen. En het gekke is, dat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek is over hoe kinderen spelen met mobiele schermen. Wat doen ze dan precies en waarom? Verbinden ze dat wat ze digitaal zien ook met ander fantasiespel? Praten ouders erover met hun kinderen? Wat leren kinderen ervan, en hoe kijken ouders daar tegenaan? Op welke leeftijd kunnen ze goed zelfstandig met een tablet aan de gang?

We weten dus eigenlijk nog niets, anders dan wat we zelf hebben ervaren. Maar daar zit vaak ook een hoop vooroordeel in. Zo zeggen ouders vaak dat digitaal spelen leerzaam moet zijn: educatief. Zouden ze dat van vrij spel en buiten spelen ook zeggen? En wat ‘educatief’ dan precies is, weten ze dan niet zo goed te omschrijven. In de praktijk spelen kinderen vooral in hun eentje met mobiele schermen, en kiezen ze gewoon zelf uit wat ze leuk vinden…

YouTube is de grootste digitale speeltuin

Het meest bekende en gebruikte merk van ‘digitaal speelgoed’ is… tada!… YouTube. Het zorgt voor vele uren vermaak, het verspreiden van hypes en trends en het opwekken van behoeften – om iets te leren, te maken of te bezitten. Zo kijken kinderen graag naar filmpjes waarin andere kinderen snoep of speelgoed uitpakken en ermee gaan spelen. Deze ‘unboxing-video’s’ – al of niet betaald door commerciële partijen — werken hypnotiserend op jonge kinderen. Voor grotere kinderen zijn er de video’s van handen die in deeg of slijm kneden. Kinderen die kunnen lezen en schrijven, leggen via YouTube contact met andere kinderen, via de reacties onder de video’s in de kanalen van hun favoriete YouTubers.

digitaal spelen

Ze leren daar dus hoe dingen werken, wat andere kinderen leuk vinden en wat ertoe doet en wat niet. Zo kijken veel kinderen via YouTube naar hoe anderen hun favoriete game spelen. Maar natuurlijk ook naar hoe je kattenkwaad uithaalt (de zogenaamde ‘challenges’). De verschillende challenges zijn blijvend populair. YouTube is niet alleen een plek om te spelen, maar daarmee ook een belangrijke socialiserende factor geworden. Tweederde van de kinderen tussen 6 en 12 jaar zit al dagelijks, een paar keer per dag, op YouTube. Bij oudere kinderen is dat nog meer.

Musical.ly

Via de app Musical.ly spelen kinderen na wat ze in de popcultuur zien, ook weer via YouTube. Ze kunnen zichzelf opnemen en filmen terwijl ze bekende sterren nadoen (playbacken). Die filmpjes kunnen ze dan weer delen met andere kinderen (bekende én onbekende) en genieten van de reacties. Wat vroeger ‘tussen de schuifdeuren’ was, is nu Musical.ly. Het optreden zelf is dan wel niet met een echt publiek (maar wel alsof) – en dus voelt het meer als spel – maar het filmpje zelf heeft natuurlijk wel publiek, met alle echte gevolgen vandien.

Ik kan niet wachten op onderzoek naar hoe kinderen (tot 12 jaar) dit soort digitaal spel zelf ervaren. Ook met betrekking tot het verschil tussen echt en virtueel en de band die ze voelen met kinderen die ze leren kennen via YouTube of Musical.ly. Hoe zien ze hun online vrienden in relatie tot hun vrienden in het gewone leven?

Bronnen:

Factsheet Mulierinstituut: ‘Ontwikkeling buitenspelen bij kinderen in Nederland’, maart 2018.

I.M. Verenikina en L.K. Kervin, ‘iPads, digital play and pre-schoolers’. In: He Kupu, Vol 2 (2011).

Zie ook de Pinterestpagina van Generatie M voor meer bronnen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 22 maart
Gepubliceerd door: Justine Pardoen