4
juni
2024
Smartphonevrij opgroeien

Gepubliceerd door Justine Pardoen in Ouders

Opgroeien zonder smartphone

Er gebeurt iets bijzonders: in de hele wereld zijn groepen ouders zich aan het verenigen voor een smartphonevrije jeugd. Ook in Nederland is een groep gestart. Wil je meedoen?

Ouders overal in de wereld stellen steeds vaker een pact op waarmee ze afspraken maken met elkaar. Ze vragen scholen zich daarnaar te voegen en schrijven hun democratische vertegenwoordigers om meer te doen voor veilige sociale media. Wat is er aan de hand?

De schoen begint te wringen

De levens van onze kinderen zijn doordrenkt van digitalisering. Mobiele schermen, sociale media, smartphones, smartwatches en generatieve AI — niet alleen wij, maar ook onze kinderen weten niet beter dan dat we daar gebruik van maken. Het idee is dan al snel: ze groeien ermee op, je kunt het niet van ze weghouden, dus moeten ze er maar zo snel mogelijk mee leren omgaan. Goed voor hun toekomst, toch?

Maar die schoen begint steeds meer te wringen. De landelijke resultaten van Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 die recent zijn gepubliceerd (28 mei 2024) laten zien dat in het hele land een toenemend aantal jongeren problemen ervaart door sociale media. Tussen 10 en 17% van de jongeren loopt risico op problematisch gebruik van sociale media en/of gamen. (Er zijn regionale verschillen, zie hier.) En uit onderzoek blijkt dat juist dat problematische gebruikt leidt tot slechtere mentaal welzijn.

Vertrouwen op ‘jong geleerd, oud gedaan’ en alle nadruk leggen op het weerbaar maken van kinderen en jongeren, lijkt misschien toch niet de goede weg. Misschien is er meer nodig. Misschien zijn kinderen niet weerbaar, juist doordat ze nog kind zijn. En zijn ze dus ook met alle goede mediaopvoeding niet voldoende weerbaar te maken. Maar wat dan? Waar staan we nu en waar willen we naartoe als opvoeders?

Een smartphone als auto

Om te beginnen introduceren wij graag een nieuwe vergelijking. Vergelijk de smartphone eens met een auto. We zijn helemaal gewend aan auto’s, maar eigenlijk zijn het toch behoorlijk complexe machines. Ze hebben een duidelijke hoofdfunctie (rijden), maar ze zijn aangevuld met diverse opties die natuurlijk heel nuttig zijn, maar ook gewoon in de categorie leuk en gemakkelijk vallen. Wat het bedienen van dit ‘apparaat’ het meest ingewikkeld maakt, is niet zozeer de handelingen van het sturen en rijden, maar de steeds veranderende context waarin we de auto gebruiken het verkeer. Het bedienen van het voertuig is namelijk niet eens zo ingewikkeld: dat kan een kind leren. Maar de omstandigheid waarin we een auto gebruiken, is zo complex, dat we kinderen niet achter het stuur willen.

Zo vroeg mogelijk?

Sinds de komst van de auto is het verkeer steeds voller, sneller en daarmee complexer geworden. Met meer verschillende soorten weggebruikers, diverse verkeersborden, hoge snelheden en vooral heel veel andere auto’s. Onze kinderen groeien op te midden van dit verkeer en al die auto’s. Het is er en ze moeten er dus mee om leren gaan. Zo vroeg mogelijk? Gelukkig doen we dat niet. Ze krijgen nog geen rijlessen op hun tiende en we sturen ze ook niet zelfstandig de weg op. Toch ervaren onze kinderen auto’s en het verkeer als een normaal onderdeel van hun leven. Maar voor het echte werk, moeten ze nog wachten.

We vinden het normaal dat ze pas vanaf achttien jaar zelf mogen gaan rijden. Tot die tijd zitten ze veilig op de achterbank; misschien een enkele keer op schoot bij het thuis inparkeren. Dat vinden we normaal. Niemand vindt dit zielig voor de kinderen. Niemand is bang dat we ze daarmee ergens van buitensluiten. Niemand vindt dat we daarmee rechten van kinderen te veel inperken. Niemand is bang dat ze het autorijden nooit zullen leren als ze er niet vroeg genoeg mee beginnen.

De vergelijking is duidelijk: de smartphone is een behoorlijk geavanceerd apparaat en het internetverkeer is onstuimig, vol andere wwweggebruikers, en algoritmes zorgen voor een complexe interactie tussen de gebruiker en diverse digitale kronkelpaadjes. Hoe zijn we eigenlijk op het idee gekomen een tienjarige hier zelfstandig in los te laten?

Het kan dus ook anders. Wij kunnen het hele systeem van het digitale verkeer en haar weggebruikers anders inrichten. Kwestie van kiezen, doen en normaliseren. Aan onze omgang met auto’s, verkeer en rijbewijzen zien we dat we dit kunnen organiseren. En dat niemand het gek vindt als we eenmaal aan het idee gewend zijn. Als we de logica inzien, zijn we al halverwege.

Dat moet anders kunnen

In Nederland zijn we nog maar net gewend aan middelbare scholen zonder zichtbare smartphones in de klas. Sommige scholen weren de telefoons ook in de pauzes. In andere landen zien we ook zulke bewegingen, meer of minder streng vormgegeven. Maar in andere landen zien we nog een verdergaande beweging en die komt van ouders zelf. Ouders met nog jonge kinderen.

Op dit moment verlangt een kind van 8 jaar al naar een smartphone. En dat is het moment dat ouders kunnen kiezen: gaan we hierin mee, of kiezen we een ander moment? En hoe dan? Want als ik mijn kind een smartphone geef, en daarmee onbeperkt toegang tot content en sociale media, dan stuur ik mijn kind in een auto de snelweg op. Maar als ik het mijn kind weiger, is hij of zij straks de enige zonder, en sluit ik hem buiten, kan hij nergens heen. Niemand wil dat voor zijn kind. Dit moet anders kunnen, is de gedachte, maar hoe?

Anderen zijn al onderweg

Over de hele wereld ontstaan nu in rap tempo initiatieven van ouders, die gesteund worden door professionals. Zo hebben we in de Verenigde Staten de groep Wait until 8th, in Duitsland Smart Start ab 14, in het Verenigd Koninkrijk Smartphone Free Childhood. Het algemene beeld is dat ouders de smartphone pas willen introduceren vanaf 14 jaar, en sociale media pas met 16 jaar. Tussen 10 en 14 jaar geef je kinderen hooguit een dumbphone of een smartwatch waarmee je alleen kunt bellen en korte tekst- of spraakberichtjes kunt sturen. En je kunt er eventueel je kind mee tracken.

In zijn boek Generatie angststoornis (zo heet de Nederlandse vertaling van The Anxious Generation, die in juni verschijnt) pleit psycholoog Jonathan Haidt ook voor een dergelijke stapsgewijze mediaopvoeding: pas met 16 jaar geef je ze digitale zelfstandigheid. Onder wetenschappers is er veel verzet tegen zijn boek omdat hij de afname van geestelijke gezondheid onder tieners te eenzijdig toeschrijft aan de introductie van de smartphone en sociale media. Maar ouders voelen zich eindelijk gesteund.

Samen!

Tja, nu ben je zo’n ouder met een kind van 14 die al een smartphone heeft, en eentje van 9 die er al een jaar om zeurt. Hoe moet dat dan? Moet je het dan voor de jongste nog wat uitstellen? De oudste kreeg hem toch ook op haar tiende… Heb je het dan fout gedaan? Het gaat er niet om ouders te blamen of shamen. Alle ouders willen het beste voor hun kind. Maar nu voelen veel ouders dat ze dit niet meer alleen kunnen en zoeken ze elkaar op om het samen te doen. Ze hebben elkaar nodig, én de omgeving van school en de hele maatschappij nodig om de goede keuzes te kunnen maken.

Die ouderbeweging die we in veel landen zien, van Spanje tot Nieuw-Zeeland, maar ook in Afrika, laat zien dat er echt iets aan de hand is. Ook al is het wetenschappelijk onderzoek nog niet altijd even eenduidig: de invloed van de smartphone op het leven van kinderen en jonge tieners wordt gevoeld als te groot en te bepalend. We betalen er een te hoge prijs voor.

Nederlandse ouders

Gaan Nederlandse ouders dezelfde beweging maken? Zijn Nederlandse ouders daar niet veel te eigenwijs voor en gesteld op hun eigen keuzes? Willen zij zich committeren aan een gezamenlijke afspraak over hoe zij de smartphone introduceren in het leven van hun kinderen? En wat worden dan de afspraken? Of zitten we gewoon in een spannende overgangsfase: hier en daar wat weerstand en een kwestie van wennen, tot we het net zo normaal vinden als de leeftijd voor autorijden. Als dat wennen net zo vlot gaat als het wennen aan een smartphoneverbod op scholen, dan kon het nog wel eens soepel verlopen. Bovendien blijft digitale technologie natuurlijk gewoon onderdeel van de jonge levens, net zoals auto’s dat zijn. De regie komt alleen duidelijker bij de ouders zolang dat nodig is.

Tijdens onze ouderavonden horen we ook steeds vaker het verlangen van ouders om gezamenlijk afspraken te maken. We zien praktische uitdagingen maar ook prachtige mogelijkheden. We zijn benieuwd. Er is ondertussen al wel iets begonnen: een eerste tiental Nederlandse ouders kwam online al bij elkaar, gesteund door de oprichters van Smartphone Free Childhood. Zij zitten nu in de voorbereidende fase. Wij faciliteren hen graag, voor zover we dat kunnen. Houd ons blog in de gaten voor nieuws.

Meedoen?

Wil je ook iets opzetten op je eigen school? Wil je gebruik maken van bestaande materialen? Wil je de overheid laten weten dat je wilt dat ze meer doen voor online veiligheid? Je kunt reageren via mail als je wilt aanhaken. Dan leggen wij de verbinding met andere ouders.

Mathilde van Arkel en Justine Pardoen

Gerelateerde berichten
vlogger worden
Ouders

Vloggers en YouTubers (2) – Help, mijn kind wil vlogger worden!

Lees verder

Bureau Jeugd & Media