game project Makeover

Op je hoge hakken een abortus plannen terwijl je je zorgen maakt over je lichaamshaar

We maken ons tegenwoordig druk om een programma waarin blote mensen vertellen over hun lijf, terwijl kinderen in games leren dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Hebben we wel de goede focus als het gaat om mediaopvoeding?

En recent populair geworden, gratis game in de App Store is High Heels, een vrolijk spelletje waarin de speler op een parcours loopt en hakken verzamelt. Ja, je leest het goed: je moet hoge hakken verzamelen…  Met elke hak wordt het personage langer, zodat ze gemakkelijker om en over allerlei obstakels heen kan. De game is onder andere een hit op TikTok, waar heftig geadverteerd is voor dit onnozele spelletje. Hoge glitterhakken, jee. Ach. Maar dan die advertentie: een zoekplaatje waarin de speler moet raden wie van de drie vrouwen in beeld een abortus aan het plannen is. Wat? En let op: High Heels staat hoog in de App Store-hitlijst met gratis games en is geschikt bevonden voor spelers van vier jaar of ouder. Door Apple dan. Kijkwijzer of Pegi hebben hier niets mee te maken.

Dan heb ik liever een blote meneer in een televisieprogramma die vertelt over het litteken op zijn buik. Maar daar worden dan kamervragen over gesteld.

Nou goed, een seksistisch spelletje is tot daaraantoe. Er is wel meer rommel. Maar het probleem is misschien meer die advertenties die ze op TikTok voorbij zien komen. Ouders hebben geen idee (had ik ook niet, ik werd erop geattendeerd door een journalist, die me er vragen over stelde). Maar ook ín de gratis spelletjes zitten advertenties. Zoals in het spel Braindom, een game waar je raadseltjes moet oplossen: wie heeft de moord gepleegd, wie liegt er? Ineens verschijnt een schermvullende advertentie met seksuele toespelingen en body shaming. Zo richten advertenties voor de populaire game Project Makeover zich met bijzonder akelige beelden op de onzekerheden van jonge meisjes. In de advertenties zien we een vrouw die zich klaarmaakt voor een date met een aantrekkelijke man. Er is alleen een groot probleem: ze heeft teveel lichaamsbeharing, ze zweet of ze stinkt.

De game Project Makeover zelf lijkt minder erg, maar de reclames hebben een opvallende focus op body shaming. Veel jonge meisjes krijgen deze beelden te zien. Wat doet dat met kinderen? Precies: kinderen (meisjes én jongens) die deze games spelen, krijgen de boodschap dat het normaal is om je zorgen te maken over je lijf. Ze leren dat lichaamshaar vies is en dat je je altijd zorgen moet maken of je lichaam wel goed genoeg is. Dat je niet mag zweten en dat je niet aantrekkelijk bent als je je haar niet gedaan hebt en gemakkelijk zittende kleding draagt.

In level drie van Project Makeover wordt het spel trouwens ronduit racistisch: daar moet een boze, zwarte vrouw tot bedaren worden gebracht.

Dan heb ik liever een blote mevrouw in een televisieprogramma die vertelt dat ze blij is met haar buik, ook al is haar navel wat groot uitgevallen.

Een ander voorbeeld: een advertentie waarin de kleren van een vrouw langzaam worden uitgegumd. In een spelletje gericht op kinderen, he? Een man onder een laken met een bobbel bij zijn kruis, die suggestief naar een vrouw kijkt. Een man en een vrouw die betrapt worden onder de douche. We weten het: sex sells, maar wat een gemakzucht.

Ouders zien niet wat er precies in die spelletjes gebeurt, laat staan dat ze die advertenties zien. Voor kinderen is het vaak niet duidelijk wat ze nou precies zien, laat staan dat ze weten wat ze ervan moeten vinden. Wie praat hierover met de gamertjes, de meisjes én jongens?

En dus zijn programma’s als Gewoon bloot niet overbodig, zoals Kees Van der Staaij (SGP) beweerde. En het programma is ook niet “bizar” zoals hij en anderen het kwalificeerden. Het is bizar dat we nog steeds denken dat mediaopvoeding in deze tijd mogelijk is zonder een gezonde seksuele opvoeding.

(Over de oerversie van het programma Gewoon Bloot schreef ik eerder dit stuk – Kinderen en naaktheid, het blijft ongemakkelijk, in november 2020).

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 24 maart
Gepubliceerd door: Justine Pardoen