© Bureau Jeugd & Media 2018

Een nieuwe digitale kloof

Er ontstaat een nieuwe digitale kloof: ouders die hun kinderen wel veel toegang geven en ouders die dat zeer beperkt doen. De scheidslijn heeft te maken met opleidingsniveau.

Er ontstaat een nieuwe soort ongelijkheid — een digitale kloof –, die te maken heeft met hoe ouders aankijken tegen beeldschermtijd. De ene groep ouders ziet het gebruik van (mobiele) beeldschermen als een manier om mee te gaan in de vaart der volkeren, met alle kansen voor hun kinderen die daarbij horen. Zij zien het als goed ouderschap om hun kinderen ruim toegang te geven tot digitale middelen. Daartegenover staat een groeiende groep ouders die juist terughoudender worden. Ze zijn voorzichtig en hebben juist het idee dat ze digitale middelen zo laat mogelijk in het leven van hun kinderen moeten introduceren.

Sommige gezinnen verbieden beeldschermen al

Inmiddels is de digitale kloof in de zin van wel of geen toegang hebben door inkomensverschillen of beschikbaarheid van infrastructuur dus niet zozeer meer een probleem (hoewel er overal op de wereld nog mensen zijn voor wie toegang niet vanzelfsprekend is), maar gaat het meer over de keuzes die mensen zelf maken, vooral voor hun kinderen en gebruik van digitale middelen in het gezin. Juist gezinnen met een hoger opleidingsniveau en meer dan gemiddeld inkomen, maken deze afweging bewuster en kiezen voor beperktere toegang. In de VS zie je dat ouders in sommige gevallen beeldschermen zelfs helemaal verbieden totdat het nodig is voor school (voortgezet onderwijs).

Overigens zien we in de VS nu ook de trend dat juist in gezinnen met minder inkomen, kinderen niet alleen meer mobiele-schermtijd hebben, maar ook gemiddeld twee keer zoveel passief gebruik maken van media: tv of filmpjes kijken via internet. Ze doen ook minder aan sport en andere buitenschoolse activiteiten mee dan kinderen uit gezinnen die meer te besteden hebben.

Ouders in de tech-industrie

Ook is de trend waarneembaar dat ouders die zelf in de tech-industrie werken, hun kinderen meer beperken in schermtijd. Zij zien een afhankelijkheid van beeldschermen of mobiele techniek als een gevaar en willen hun kinderen daartegen beschermen. Ze zijn niet tegen het gebruik van digitale middelen, maar zijn wel veel bewuster bezig met het aanleren van gezond gedrag.

Hoe dan ook, ouders worden zich langzaam bewuster van de noodzaak te werken aan een evenwichtig gebruik van beeldschermmedia. En daar juist al zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Bewust gedrag is belangrijk, welke keuzes je ook maakt. De vraag ‘wat is het beste voor je kind?’ wordt door ouders dus heel verschillend beantwoord. De een zegt: zo vroeg mogelijk om het kind alle kansen te geven die digitalisering biedt, de ander zegt: zo laat mogelijk om schadelijke invloed te voorkomen.

Wat je standpunt is, als ouders, zal afhangen van je eigen achtergrond, je opvoeding en idealen over wat een goede jeugd is en de gemeenschap waarin je leeft en van de manier waarop digitale media een rol spelen in je eigen leven.

Taak van mediawijsheidprofessionals

Voor mediawijsheidprofessionals die met ouders in gesprek gaan is het belangrijk om te weten dat deze tegenstelling er is, en dat vooralsnog niet het ene of andere standpunt beter is. Ouders maken hun eigen keuzes. Wel kunnen wij met ouders het gesprek voorbij beeldschermtijd trekken en met hen nadenken over de inhoud van media. Wat doen ze? Welke filmpjes kijken ze en welke spelletjes spelen ze? Laten we ouders helpen ook daar bewuste keuzes in te maken, zodat ze hun kinderen daar actief in begeleiden. Dan kunnen beeldschermmedia kinderen ook verder helpen. Er is immers ook mooi materiaal, waarmee je juist kinderen die van huis uit minder meekrijgen, kunt stimuleren.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gepubliceerd op: 12 december 2018
Gepubliceerd door: Justine Pardoen