Porno kijken pubers

De invloed van porno kijken op pubers

Marleen Klaassen keek voor haar promotieonderzoek maandenlang porno. Ze wilde weten wat de invloed ervan is op pubers. Ongeveer de helft kijkt porno, waarvan 60% jongens en 40% meisjes. Volgens haar hoeven we ons over de meeste jongeren geen zorgen te maken.

Vrouw als seksobject

Uit eerder onderzoek weten we dat het gebruik van internetpornografie een voorspeller is van stereotype ideeën over de rollen van mannen en vrouwen en van casual, of instrumentele, attitudes tegenover seks. Klaassen wilde weten wat jongeren dan eigenlijk precies zien en of het uitmaakt wat ze zien.

Ook in dit onderzoek bleek dat het kijken van internetpornografie tot een toename leidde in latere ideeën over vrouwen als seksobjecten en instrumentele attitudes tegenover seks. Maar het effect is niet groot.

Daarnaast leidde een frequenter gebruik van internetpornografie bij adolescenten tot een afname in weerstand tegen pornografie op lange termijn: ze wennen eraan en gaan het gewoner vinden. Een geringe weerstand ten opzichte van pornografie leidde tot meer seksuele objectificatie van vrouwen en meer instrumentele attitudes tegenover seks.

Soort porno maakt niet uit

Van ernstig geweld was bij deze populaire video’s geen sprake. In één filmpje zaten twee vrouwelijke agenten met een pistool, maar dat was niet echt bedreigend. Fysiek geweld kwam wel af en toe voor. Soms ging het om gagging, waarbij de penis expres zover bij de vrouw in de mond gestoten wordt dat ze moet kokhalzen. Vaker betrof het spanking, slaan op de kont. Dat kwam in 27 procent van alle video’s voor. Dat leken vrouwen regelmatig plezierig te vinden. Maar er bestond geen verband tussen de verschillende pornografiethema’s (affectie-, dominantie-, en geweldthema) en seksuele objectificatie van vrouwen, instrumentele attitudes tegenover seks en weerstand tegen pornografie.

Hypermasculine en hyperfeminine adolescenten waren vatbaarder voor deze effecten van internetpornografie dan andere adolescenten. Het kijken naar porno lijkt dus vooral een bepaalde houding ten opzichte van mannen en vrouwen en seks die er al is, te versterken. Dit betekent dat preventie- en interventieprogramma’s voor de potentiële negatieve effecten van pornografie zich in het bijzonder kunnen richten op de adolescenten die al ideeën hebben over vrouwen als seksobjecten en casual seks. 

Enkele andere opmerkelijke resultaten:

  • In de professionele video’s maakten intimiteit en passie meestal wel deel uit van de context waarin de seks werd weergegeven, maar vaste relaties in deze context waren zeldzaam. Dus seks werd meestal getoond als casual seks buiten een relatie. Hoewel kussen, strelen en elkaar in de ogen kijken als vormen van intimiteit niet ongewoon waren, liet ongeveer de helft van de scènes seks zonder deze vormen van intimiteit zien. Passie was wel vaak te zien, maar vooral in de motivatie om seks te hebben voor eigen plezier en genot, en niet om liefde en affectie te delen.
  • In tegenstelling tot de verwachting was er juist in amateurpornografie vaker ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te zien dan in professionele video’s. In vergelijking met mannen namen vrouwen bijvoorbeeld minder vaak initiatief tot seks, werden vaker gemanipuleerd om seks te hebben en werden vaker weergegeven in een lagere sociale of professionele rol.
  • Vergeleken met professionele video’s lieten amateurvideo’s vaker seks zonder liefde en intimiteit zien, en meer seks voor passieloze, utilitaire redenen (zoals voor geld of een baan).
  • Tienervideo’s waarin de focus exclusief op tieners lag, gaven seks juist vaker weer in een liefdevolle context dan video’s die niet exclusief over tieners gingen. In deze tienervideo’s werd seks vaker weergegeven in de context van een romantische relatie en voor redenen van liefde en affectie.

Het proefschrift van Marleen Klaassen heet Understanding Internet pornography’s content and its relation to adolescents’ sexual attitudes.

Een Nederlandse samenvatting vind je hier.

Zie ook: interview met Marleen Klaassen in NRC.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gepubliceerd op: 26 februari
Gepubliceerd door: Justine Pardoen